geschiedenis

Hans Groeneveld

Initiatiefgroep Schaapskooi Bergen.

 In de zomer van 2002 komt Hans Groeneveld ter ore dat het PWN nadenkt over herbestemming van o.a. de werkschuur aan de Uilenvangersweg. Samen met Ton Kollmer vat hij het plan om daar een schaapskooi met kudde te realiseren. Dit zou prachtig passen bij de activiteiten die Hans met groepen cliënten ontplooit vanuit Stichting de Wilgenroos. Met deze mensen, die vaak herstellende zijn van tijdelijke psychiatrische klachten, werkt hij in diverse projecten om er voor te zorgen dat ze weer in een werkritme komen. Zo onderhouden ze een landgoed, werken ze met heideschapen en doen ze voor het PWN werkzaamheden in het Duin. Hans en Ton zien prachtige en zinvolle kansen om met een kleine schaapskudde vanuit een zelf te bouwen schaapskooi beheerwerk te doen in het duin. Ton heeft veel ervaring in organische bouw met natuurlijk materialen en er doemen visioenen op van een half in het duin gebouwde potstal van ruw dennenhout die harmonisch op gaat in het landschap. Ze nemen contact op met het PWN en Jan van der Meij ziet wel kansen. Hans verzamelt een groepje enthousiaste mensen om zich heen om het idee uit te werken. De ‘Initiatiefgroep Schaapskooi Bergen’ is geboren. Ook het IVN wordt benaderd om educatieve kansen vanaf het begin te integreren.

De initiatiefgroep Schaapskooi Bergen heeft dan de volgende doelstellingen:

  • Een schaapskooi bouwen die optimaal is geïntegreerd in het landschap van het Bergens duingebied en die gebouwd is met materiaal uit de natuurlijke omgeving.
  • Een herder die met een kudde Drentse Heideschapen rondtrekt door het duin en zo een bijdrage levert aan het vergroten van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het duingebied.
  • Het daar waar mogelijk zinvol betrekken van mensen uit de zorg, bij zowel bouw en onderhoud van de schaapskooi als bij het verzorgen en onderhouden van de kudde.
  • Het optimaal benutten van educatieve mogelijkheden die samenhangen met de activiteiten rond schaapskooi en kudde.

 

Alle betrokkenen gaan voortvarend aan de slag om kansen en beperkingen in kaart te brengen. Het IVN komt in het voorjaar van 2003 met een uitgewerkt projectplan en krijgt van het PWN de regie. Daar blijken de plannen voor organische zelfbouw van een half onderstoven potstal niet in te passen en het IVN gaat op zoek naar een eigen invulling van de schaapsfunctie.

De werkschuur aan de Uilenvanger wordt ingericht en groeit uit tot een bloeiend centrum voor veldwerk en natuureducatie. Het schaapswerk blijkt weerbarstiger en voor het IVN toch te ver buiten hun kerntaak te liggen.

 

In het voorjaar van 2006 wordt de initiatiefgroep opnieuw benaderd om mee te denken en mee te werken aan een grootschaliger opzet, waarbij het beheer van het noordelijke duingebied zo mogelijk helemaal met een gescheperde kudde zal worden uitgevoerd.

De initiatiefgroep wordt uitgebreid tot 14 enthousiaste mensen die allemaal vanuit hun eigen expertise een zinvolle bijdrage willen leveren aan een werkbare opzet. Zowel het PWN als het IVN zijn vertegenwoordigd, maar ook mensen uit de wereld van het landschapsbeheer, de dierverzorging, provinciaal en gemeentelijk beleid en natuurbouw dragen hun steentje bij in de vaak intensieve maar altijd vrolijke en inspirerende bijeenkomsten. Er worden werkgroepen gevormd die gericht de verschillende aspecten onderzoeken van een dergelijk veelomvattend project.

Hoe zijn de ervaringen met beheer door gescheperde kuddes elders in het land. Welke aspecten spelen een rol bij een kudde in het duingebied. Welke gevolgen heeft dat voor de flora en fauna. Welke schapenrassen zijn het meest geschikt voor dit gebied. Wat komt er kijken bij het werken met honden in het duin. Welke eisen zijn er in relatie tot de drinkwaterwinning. Met welke gemeentelijke, provinciale en Europese regelgeving krijgen we te maken. Enz. enz. Er worden dikke rapporten doorgeworsteld, ieder benut zijn netwerken en er worden leerzame werkbezoeken afgelegd bij andere schaapskuddes en –kooien in het land.

 

Duidelijk wordt dat de enige houdbare basis voor een kudde het duinbeheer is.

Duidelijk wordt ook dat voor efficiënt beheer een kudde nodig is van een veel grotere omvang dan de oorspronkelijke kudde van 30 heideschapen. Dat groeit uit boven de mogelijkheden die vanuit de Wilgenroos te realiseren zijn.

Er wordt een profiel opgesteld voor een herder/ondernemer die op zakelijke basis het beheer kan gaan uitvoeren en een boeiende selectieprocedure volgt.

Een bepalende ontwikkeling is de komst van dhr. Piet Tauber die via Frits Dijkhof bij de initiatiefgroep betrokken raakt. Hij wordt enthousiast en biedt aan om een ‘Noord-Hollandse Schaapskooi’ te ontwerpen en te tekenen.

Dan wordt het menens. Het PWN neemt het voortouw en er wordt gericht toegewerkt naar het realiseren van een schaapskooi met kudde in het Bergense duin medio 2014.

–        Uit de selectieprocedure komt Marijke Dirkson als meest geschikte kandidaat naar voren met haar nieuwe schaapsbedrijf Rinnegom.

–        De locatie Uilenvanger blijkt diverse bezwaren in zich te hebben en de locatie bij de Fransman komt in beeld. Dat betekent dat de functie van schaapskooi en eduatieruimte in één gebouw verenigd moeten worden. Ook de PWN-boswachters moeten er tijdens hun werk terecht kunnen.

–        Met al die eisen en wensen gaat Piet Tauber aan de slag en ontwerpt een juweel van een schaapskooi met een geheel eigen uitstraling en functionaliteit.

–        Vanuit het midden van de initiatiefgroep en IVN wordt een  stichtingsbestuur samengesteld en de Stichting Schaapskooi Bergen wordt opgericht.

–        Eind 2013 komen de eerste berichten in de pers. Er wordt een website gelanceerd en op facebook melden zich binnen een week al 10-tallen vrienden.

Inmiddels is de schaapskooi in gebruik genomen. Er moet nog veel gebeuren en er zullen ongetwijfeld nog allerlei uitdagingen opdoemen, maar alle betrokkenen kunnen toch met tevredenheid vaststellen dat het gelukt is.